Dutch Leemhuis
Surah Al-'adiyat ( Those That Run ) - Aya count 11
وَٱلْعَٰدِيَٰتِ ضَبْحًۭا ﴿١﴾
Bij de snuivend voortrennenden.
فَٱلْمُورِيَٰتِ قَدْحًۭا ﴿٢﴾
فَٱلْمُغِيرَٰتِ صُبْحًۭا ﴿٣﴾
Die in de ochtendschemering aanvallen.
فَأَثَرْنَ بِهِۦ نَقْعًۭا ﴿٤﴾
Die daarbij stof opwerpen.
فَوَسَطْنَ بِهِۦ جَمْعًا ﴿٥﴾
Die dan het midden van de gelederen (van de vijand) doorbreken.
إِنَّ ٱلْإِنسَٰنَ لِرَبِّهِۦ لَكَنُودٌۭ ﴿٦﴾
Voorwaar, de mens is zijn Heer zeker ondankbaar.
وَإِنَّهُۥ عَلَىٰ ذَٰلِكَ لَشَهِيدٌۭ ﴿٧﴾
En voorwaar, hij is daar zeker getuige van.
وَإِنَّهُۥ لِحُبِّ ٱلْخَيْرِ لَشَدِيدٌ ﴿٨﴾
En voorwaar, hij heeft zeker een hevige liefde voor bezit.
۞ أَفَلَا يَعْلَمُ إِذَا بُعْثِرَ مَا فِى ٱلْقُبُورِ ﴿٩﴾
Weet hij dan niet dat, wanneer naar buiten wordt gekeerd wat in de graven is.
وَحُصِّلَ مَا فِى ٱلصُّدُورِ ﴿١٠﴾
En onthuld wordt wat in de harten is.
إِنَّ رَبَّهُم بِهِمْ يَوْمَئِذٍۢ لَّخَبِيرٌۢ ﴿١١﴾
Dat hun Heer op die Dag zeker Alwetend over hen is?